Vraagtekens bij afzet van afvalzout door Gronings chemiebedrijf
Eind vorig jaar werd bekend hoe het grensgebied in de Belgische Kempen landbouwgrond was gebruikt voor het dumpen van chemisch afval. Een criminele organisatie rond een varkenshouder en mesthandelaar uit Baarle-Nassau, werd ervan verdacht duizenden tonnen vervuild industrieel zout te hebben geloosd in het gebied. Ook werd er sloopafval met asbest aangetroffen, en er waren vermoedens dat er tevens drugsafval was uitgereden.
De herkomst van het zoutafval was toen nog niet bekend, maar volgens BN De Stem komt het van Dutch Glycerin Refinery. Bij de productie van glycerine voor het komt veel zout vrij. Het bedrijf zette dat in het verleden af als strooizout, maar de vraag daarnaar nam af terwijl de eisen werden aangescherpt. Daardoor kostte de afzet van het zout plotseling veel geld. Via de Nederlandse bedrijven EJ BioEnergy en Marvesa werd het zout daarom zijn verwerkt in een ‘bodemverbeterend middel. Uiteindelijk zou het bedrijf in zee zijn gegaan met de spilfiguren die onder verdenking staan van het Kempense afvalfraudeschandaal.
Het zout lijkt te zijn gedumpt op akkers in Ravels, Poppel, Weelde en Merksplas. Het grondwater zou er op sommige plekken even zout zijn als zeewater. Uit een lijst met alle afvaltransporten die EJ BioEnergy en Marvesa voor Dutch Glycerin Refinery hebben uitgevoerd blijkt dat er in 3 jaar tijd circa 11.000 ton afvalzout is afgevoerd, waarvan het merendeel in België is beland. Er ging 6,5 miljoen kilo zout van Delfzijl naar een verdacht Belgisch loonwerkbedrijf. Een kleiner aandeel ging naar Duitsland en Polen, en een fractie bleef in Nederland.
De Belgische politie doet op dit moment nog steeds onderzoek naar de afvalfraude, maar er zijn nog geen exacte aanklachten tegen de drie hoofdverdachten geformuleerd.