'Dierlijke mest zou een beter imago mogen krijgen'

"Dierlijke mest zou een iets beter imago verdienen", aldus dr. ir. Erik Meers, hoogleraar Milieutechnologie aan de Universiteit Gent. "Bij niet-nitraatgevoelige teelten zoals grasland kan het zowel vanuit milieu- als landbouwkundig oogpunt zinvol zijn om meer dierlijke mest toe te laten als alternatief voor kunstmest", stelt de Belgische wetenschapper.

"Gras is een teelt die niet gevoelig is voor de uitspoeling van nitraat", aldus Meers. Dat komt omdat grasland een hoge behoefte heeft aan stikstof en deze ook zeer efficiënt opneemt door een fijn vertakte wortelstructuur. Bovendien groeit gras permanent, en komt het perceel niet braak te liggen. Ook klaver of luzerne zijn meerjarige teelten die door hun continue stikstofopname en goed wortelstelsel gevoelig zijn voor nitraatuitspoeling."


Ook bij teelten die ongevoelig zijn voor nitraatuitspoeling blijven het tijdstip van toediening en de locatie in sterke mate bepalend voor het risico op uitspoeling, benadrukt de hoogleraar. Tijdens droge periodes groeit gras bijvoorbeeld minder en neemt het slecht nutriënten op. Ook de bodem speelt een rol: op kleigrond is de uitspoeling doorgaans lager dan op zand, omdat kleigrond het water en de nutriënten beter vasthoudt.


“Onder de correcte omstandigheden zou het echter zeker zinvol zijn om op grasland hogere hoeveelheden stikstof dan 170 kilogram uit dierlijke mest uit te rijden”, aldus Meers. “Nu wordt de stikstofbehoefte aangevuld met kunstmest. Maar er bestaat een overschot aan dierlijke mest, het is tegenstrijdig om dat niet circulair in te zetten.


Bij eutrofiëring wordt vaak meteen een link met het gebruik van dierlijke mest gelegd. “Kunstmest wordt vaak vergeten”, zegt Meers. “Maar dat is ook een grote bron voor nitraatuitspoeling. Er heerst een verkeerde gedachte dat kunstmest per definitie minder uitspoeling veroorzaakt."


"Kunstmest heeft het voordeel dat 100% van de voedingsstoffen onmiddellijk opgenomen kunnen worden door de plant. Terwijl bij dierlijke mest dit slechts 60% is. Het andere deel komt pas vrij na mineralisatie. Maar het is niet omdat de nutriënten in kunstmest 100% direct opgenomen kunnen worden, dat de plant dit ook doet.”


Bovendien heeft dierlijke mest veel meer milieuvoordelen dan kunstmest. Naast het feit dat de productie van kunstmest enorm veel energie vraagt en dierlijke mest een restproduct is, heeft de samenstelling ervan in de bodem minder voordelen. “Dierlijke mest bevat een breder pakket aan essentiële stoffen voor bodem en plant, terwijl kunstmest meestal beperkt blijft tot stikstof, fosfor en kalium."


“Een ander belangrijk verschil is dat dierlijke mest organische koolstof aan de bodem toevoegt, wat bij kunstmest niet het geval is.” De wetenschapper merkt daarnaast op dat bij eutrofiëring vaak ook de fosforbronnen over het hoofd gezien worden. “Twee derde van het fosfaat in het water komt niet van mest, maar van huishoudelijk afval”, benadrukt hij.

Bron: VILT, 27/04/2026
Publicatie: 28-04-2026