Omgevingsvergunning voor mestvergister vernietigd

De rechtbank Noord-Nederland heeft op donderdag 4 juni uitspraak gedaan in een zaak rond het verlenen van een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een monomestvergistingsinstallatie door een bedrijf in de Drentse gemeente Westerveld. De rechter achtte de ingebrachte bezwaren gegrond. De gemeente had de vergunning niet mogen verlenen zonder te toetsen welke gevolgen het gebruik van de vergister voor de stikstofdepositie op natuurgebieden zou kunnen hebben.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westerveld meende dat er geen natuurvergunning nodig is voor de monomestvergistingsinstallatie. Er werd een AERIUS-berekening voor de aanlegfase uitgevoerd en daaruit was gebleken dat de bouw van de vergister geen aantoonbare depositie op natuurgebieden veroorzaakt. Omdat de monomestvergister gasdicht is en redelijkerwijs geen depositie valt te verwachten tijdens de gebruiksfase, werd er geen AERIUS-berekening voor de gebruiksfase gemaakt. 


De rechtbank vindt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat er geen depositie zou zijn in de gebruiksfase. Het college van Westerveld stelde dat bij het bewaren van mest in een gierkelder continu mestgassen uitgestoten worden en bij het gebruik in een monomestvergister alleen een klein beetje als de afvoer van methaan niet goed functioneert. Bij normaal gebruik wordt deze overdrukbeveiliging van de installatie echter niet ingezet, ook niet bij onderhoud.


De rechtbank acht het niet uitgesloten dat door de verwerking van mest in de vergister minder uitstoot plaatsvindt dan bij opslag van mest in een gierkelder. Maar dat er mogelijk minder wordt uitgestoten, maakt op zichzelf nog niet dat er op voorhand is uitgesloten dat met deze nieuwe activiteit geen sprake kan zijn van een project dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Uit vaste rechtspraak volgt dat in de voortoets, bij de beoordeling of significante gevolgen zijn uitgesloten, de gevolgen van het project op zichzelf moeten worden onderzocht.


Meer details zijn te vinden in de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland.

Bron: Rechtbank Noord-Nederland, 17/06/2026
Publicatie: 19-06-2026