Alternatieven voor melasse bij biologisch aanzuren van mest
De proeven wijzen uit dat biologisch aanzuren goed mogelijk is met voederbieten, met maïs plus melasse en met verschillende zuivelreststromen. De gewassen silphie en sorghum bleken weinig geschikt. Biologisch aanzuren in de stal in combinatie met mestvergisting, is voor een bedrijf pas rendabel vanaf 600 melkkoeien. De meest effectieve route om voldoende schaalgrootte te realiseren is door regionaal samen te werken en op het bedrijf met de vergister aangezuurde mest van een buurbedrijf bij te mengen.
Het NMI deed laboratoriumproeven uitgevoerd waarin van maïs, voederbieten, sorghum of silphie al dan niet aangevuld met melasse werd toegevoegd aan mest. Ook zijn weipermeaten uit de zuivelindustrie, maïsweekwater dat resteert na zetmeelwinning uit maïs en glucose getest. In de proeven werd de ontwikkeling van de mest pH langere tijd gevolgd. Daarbij is ook de mestput nagebootst door herhaald verse mest plus toevoegmiddel toe te voegen om vast te stellen hoeveel toevoegmiddel nodig is om een bepaalde pH te bereiken en te handhaven gedurende 2 maanden. Ook de ammoniak– en broeikasgasemissie en biogaspotentieel zijn bepaald.
Van de gewassen presteerde fijngesneden voederbiet veruit het best. Alleen met voederbiet kon de mest zonder melasse voldoende en langdurig worden aangezuurd. Daarvoor was ongeveer 15% versgewicht voederbiet nodig. Maïs was redelijk effectief, maar bijmenging met melasse was nodig om een voldoende lage pH te bereiken en te handhaven. De effectiviteit van ingekuilde silphie en sorghum was beperkt. Toevoeging van gewassen vergroot het mestvolume met circa 15%.
Een optie is om gewassen te ontsluiten met om zo extra suiker vrij te maken. Op basis van literatuur en een oriënterende proef blijken uit bietenpulp en maïs veel extra suiker vrij te komen door ontsluiting. Er is ook een groot potentieel om op deze manier te bewerken waardoor het bruikbaar wordt om ammoniak en broeikasgasemissies uit mest te beperken.
Van de reststromen waren de zuivelpermeaten OPL en SWML in vergelijking met melasse het meest effectief. Wei, maïsweekwater en DPL waren minder geschikt omdat grote hoeveelheden nodig zijn wat vooral vanuit het oogpunt van vergisting minder gunstig is door de mestverdunning. Bepalend voor het benodigde toevoegvolume is het suikergehalte in het product. Bij alle aangezuurde behandelingen daalde de ammoniakemissie sterk. Ook was er ruwweg een verdubbeling van de biogasopbrengst per m3 mest.
Het risico op betoncorrosie lijkt beperkt zeker in vergelijking met aanzuren met zwavelzuur. Een aandachtspunt is de borging. Dit zou moeten kunnen op basis van monitoring van de pH. Blijft deze beneden een bepaald niveau dan is de verwachting dat de putemissie met 35% daalt op basis van eerder onderzoek. Dit zal opnieuw moeten worden bevestigd. Er zijn stappen gezet om biologisch aanzuren te kunnen opnemen in de KringloopWijzer.
Details zijn te vinden in het rapport 'Perspectief groene grondstoffen voor biologisch mest aanzuren'.