'Opschalen groen gasproductie lukt alleen bij stabiel economisch model'
Al vanaf het begin van deze eeuw werd mestvergisting gepresenteerd als een belangrijke pijler van de energietransitie, merkt Nielen op. Overheden stimuleerden de ontwikkeling met subsidies. Energiebedrijven, waaronder Eneco, investeerden fors in bio-energie en vergistingsprojecten. Banken en private investeerders zagen grote kansen. Koplopers werden als voorbeeld voor de toekomst gepresenteerd.
De verwachtingen waren hooggespannen, maar kwamen in de praktijk in veel gevallen niet uit. Grote energiebedrijven trokken zich geleidelijk terug, omdat de economische randvoorwaarden onvoldoende stabiel waren. Wisselende subsidieregelingen, lage energieprijzen, hoge exploitatiekosten en onvoldoende zekerheid over langjarige rendementen maakten dat investeringen elders aantrekkelijker werden.
Volgens Nielen is de fundamentele vraag die momenteel nauwelijks wordt gesteld, wie de groei in groen gasproductie gaat financieren. De melkveehouder staat de komende jaren al voor forse investeringen. De techniek is inmiddels beter en groen gas heeft maatschappelijke waarde. Methaan- en stikstofreductie tellen mee in het klimaatbeleid. Er liggen dus kansen. Het is wel de vraag of er bij een krimpende veestapel voldoende mest beschikbaar is en of de boer het kan betalen.
Duurzame technologie kan alleen slagen wanneer de economische onderbouwing deugt, benadrukt Nielen. Zonder stabiel economisch model, zonder langetermijnzekerheid voor investeerders en zonder realistische ruimte voor de boer zelf, dreigen goedbedoelde ambities op de harde werkelijkheid van rendementsberekeningen stuklopen.