Gevolgen voor natuur van 18 mestvergisters onvoldoende onderzocht

De rechtbank heeft op  donderdag 6 augustus in twee uitspraken geoordeeld dat de gemeenten Ooststellingwerf en Meppel niet goed hebben onderzocht of bij de bouw en exploitatie van een mestvergister ook een natuurvergunning vereist is, De rechter vernietigde de genomen besluiten op bezwaren tegen de verleende vergunningen. De colleges moeten opnieuw de natuurgevolgen van de mestvergisters onderzoeken en beoordelen.

Het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf verleende aan 16 melkveehouders omgevingsvergunningen voor de bouw en het gebruik van een mestvergister op hun percelen. Door het college van van Meppel werden 2 soortgelijke vergunningen verleend. De Stichting Natuurbeschermingswacht uit Meppel ging daartegen in beroep. Centrale vraag in alle zaken was of de mestvergisters gevolgen kunnen hebben voor beschermde Natura 2000-gebieden. Als dat niet kan worden uitgesloten, is voor de mestvergisters ook een natuurvergunning vereist.


De rechtbank heeft zich laten adviseren door de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak. Die heeft voor elk deelproces van de mestvergisting bekeken of significante gevolgen voor de natuur kunnen worden uitgesloten. Op basis van het advies oordeelt de rechtbank dat de gevolgen van emissies van stikstof vanuit de mestvergisters niet goed zijn onderzocht. Dit onder meer omdat emissies bij het gebruik van de noodfakkel zijn onderschat. Ook zijn niet alle verkeersbewegingen voor onderhoud van de vergisters beoordeeld.


Eisers hebben gewezen op onzekerheid over emissies bij de opslag en aanwending van digestaat. Het advies van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak bevestigt dat. Naar het oordeel van de rechtbank hoeft dit echter niet bij de beoordeling te worden betrokken. Voor natuurvergunningverlening zijn de mestvergister en de opslag en aanwending van digestaat verschillende projecten.


Van de kant van het college en de vergunninghouders is aangevoerd dat de ontwikkeling per saldo gunstig is voor de natuur, omdat de emissie van methaan en ammoniak uit de stallen afneemt. Ook dit laatste bevestigt de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak. Naar het oordeel van de rechtbank kan dat echter niet worden betrokken bij de vraag of een natuurvergunning is vereist. Het kan wel worden betrokken in een passende beoordeling van een natuurvergunning.


Meer informatie is te vinden in de uitspraken voor Ooststellingwerf en Meppel.

Bron: Rechtbank Noord-Nederland, 14/08/2026
Publicatie: 14-08-2026