Gedoogregeling voor het bovengronds aanwenden van runderdrijfmest stopt

Het kabinet heeft besloten de gedoogregeling voor het bovengronds aanwenden van runderdrijfmest in het volgend mestuitrijdseizoen stop te zetten. Uit het onderzoek van Wageningen University & Research en het Louis Bolk Instituut blijkt dat er geen significante positieve effecten worden waargenomen die de toename in ammoniakemissie bij bovengrondse aanwending kunnen rechtvaardigen. Dat schrijft minister van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur aan de Tweede Kamer.

Het kabinet ziet kansen om een deel van de beoogde reductie van de ammoniakemissie te realiseren via het verlagen van de emissie bij het uitrijden van mest. Naast het stopzetten van de gedoogregeling voor het bovengronds uitrijden van mest op grasland wil Van Essen de voorschriften van emissiearm uitrijden van dierlijke mest op bouwland aanscherpen door ook daar mestinjectie verplicht te stellen.


Op dit moment zijn er op bouwland nog andere uitrijmethoden toegestaan die minder effectief zijn dan mestinjectie. De uitvoerbaarheid van deze maatregel in de praktijk wordt momenteel onderzocht. Daarnaast worden de mogelijkheden voor een subsidieregeling ter ondersteuning van boeren en loonwerkers bij de implementatie van deze technieken verkend.


De combinatie van dagontmesting, monomestvergisting én het strippen van ammoniak uit melkveemest biedt volgens de minister ook perspectief voor een deel van de melkveebedrijven om zowel in de stal als bij het uitrijden van dierlijke mest de emissies te verminderen. Het restproduct van vergisten en strippen bevat minder vluchtige ammoniakstikstof bevatten. 


Daarnaast wijst de minister op technieken die naar voren zijn gekomen uit het onderzoeksprogramma ‘Bemest op z’n best’  zoals het aanzuren van dierlijke mest vlak voor toediening. Deze technieken worden verder doorontwikkeld in een vervolgonderzoeksprogramma, waarbij ook aandacht zal worden besteed aan de borging bij de toepassing van deze technieken in de praktijk en neveneffecten, waaronder op waterkwaliteit.


Het kabinet zal deze potentiële innovaties de komende jaren in nauwe samenwerking met stakeholders, de landbouwsector en Wageningen University & Research doorontwikkelen, in de praktijk testen en vervolgens waar mogelijk en zinvol in regelgeving vastleggen. Gezien het belang van deze maatregelen in het bereiken van de doelen wordt de voortgang in de sturing op het verlagen van de veldemissies nadrukkelijk betrokken in de monitoring van het pakket.

Bron: Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, 11/09/2026
Publicatie: 14-09-2026