Mogelijkheden voor internationale afzet van digestaat via de FPR
Digestaat verkopen over de grens is vaak lastig en gaat met allerlei regels gepaard die per land of zelfs per regio in een land verschillen. De Europese meststoffenverordening (FPR, Verordening (EU) 2019/1009) biedt een route om dat te vereenvoudigen: een CE-gemarkeerd meststofproduct mag in de hele EU worden vervoerd en verhandeld. Digestaat uit mest of andere dierlijke bijproducten moet daarvoor eerst het eindpunt volgens de dierlijke-bijproductenverordening bereiken. Daarna valt het niet meer onder die verordening en kan het als input voor een CE-meststof dienen.
Wat de FPR voor digestaat regelt
De FPR geldt sinds juli 2022. Een product dat aan de eisen voldoet, krijgt een CE-markering en mag in elke lidstaat worden verhandeld. De verordening kent productfunctiecategorieën (PFC) en componentmateriaalcategorieën (CMC). Voor digestaat zijn twee CMC’s van belang:
- CMC 4, vers gewasdigestaat. Digestaat alleen uit planten of plantendelen die voor biogas zijn geteeld.
- CMC 5, ander digestaat. Digestaat uit bio-afval dat bij de bron gescheiden is ingezameld, uit afgeleide producten van dierlijke bijproducten (waaronder verwerkte dierlijke mest) met een vastgesteld eindpunt en uit enkele andere genoemde inputs.
De EU-wetgeving stelt aan beide categorieën eisen aan het proces. Vergisting verloopt overwegend anaeroob, mesofiel of thermofiel, en elke batch moet een van de vijf tijd-temperatuurprofielen voor hygiënisatie volgen. Verder moeten de vaste en de vloeibare fractie van het digestaat elk stabiel zijn: een zuurstofopnamesnelheid van maximaal 25 mmol O2/kg organische stof per uur, of een restbiogaspotentieel van maximaal 0,25 l biogas per gram volatile solids. Voor CMC 5 gelden extra grenzen, zoals maximaal 6 mg/kg droge stof PAK16 en maximaal 5 g/kg droge stof aan macroscopische onzuiverheden.
Mest en andere dierlijke bijproducten
Mest staat in Bijlage II niet bij naam bij CMC 4 of CMC 5. Sinds de gedelegeerde verordening (EU) 2023/1605 van 22 mei 2023 van kracht is geldt voor verwerkte mest wel een eindpunt in de keten volgens de dierlijke-bijproductenverordening. Hierdoor kan verwerkte mest onder meer als input van CMC 5 dienen, mits de verwerkingscriteria zijn gehaald. Het hygiënisatieprofiel is dan een harde voorwaarde. Voor digestaat uit dierlijke bijproducten is pasteurisatie op 70 °C gedurende een uur bij maximaal 12 mm deeltjesgrootte nodig. Een nationaal goedgekeurd alternatief hygiënisatietraject telt hier niet mee; het eindpunt vereist de Europese standaardparameters (70 °C, 60 minuten, maximaal 12 mm).
Waarom CE-markering de verkoop kan vergemakkelijken
Een CE-gemarkeerd digestaatproduct verandert vooral de gesprekken met afnemers en toezichthouders. Drie effecten staan voorop:
- Eén set eisen voor de hele EU. Een product dat aan de FPR voldoet, mag in elke lidstaat op de markt komen. Een eigen toelating per land is niet nodig.
- Duidelijke bewijsstukken. De afnemer krijgt een EU-conformiteitsverklaring en een etiket met vaste informatie over gehalten en gebruik. Dat maakt het product vergelijkbaar met andere meststoffen.
- Minder discussie over de status. Het product is aantoonbaar getoetst aan Europese kwaliteitseisen, onder meer voor stabiliteit, hygiënisatie en verontreinigingen. Een lokale toezichthouder kan die toetsing niet zomaar naast zich neerleggen.
De FPR vervangt niet alle nationale regels, het gaat over het vereenvoudigen van de handel. Gebruiksnormen voor stikstof en fosfaat blijven gelden voor de landbouwer die het product toepast.
Wat het concreet kan opleveren voor Nederlandse vergisters
Voor een Nederlandse vergister draait CE-markering om markttoegang. Zodra het digestaatproduct aan de FPR voldoet, geldt het volgende:
- Verkoop in alle landen van de Europese Unie. Het product mag als CE-meststof in alle lidstaten op de markt komen, dus ook in België (inclusief Wallonië) en Duitsland. Een aparte nationale of regionale toelating is niet nodig.
- Geen afvalstatus. Het product wordt verhandeld als EU-meststof en niet als afval.
- Minder vragen. Afnemers en toezichthouders zien één set eisen, een CE-markering en een conformiteitsverklaring. Dat beperkt de vragen over de toelating van het product.
- Eventueel besparing van tijd en kosten. Zonder CE-markering moet voor elk land een eigen registratie worden aangevraagd. Afhankelijk van de situatie kost het meer tijd en geld om aan de lokale regels te voldoen. Met het CE-keurmerk gaat dat in één keer voor alle lidstaten. Dat kan tijd en daarmee kosten besparen, zodat de kosten van het dossier kunnen worden terugverdiend.
Dit geldt voor de toelating van het product op de markt. Voor het gebruik (het lokale mestbeleid) blijven de regels van het land van gebruik gelden.
Wat nodig is: het technisch dossier
CE-markering begint met een technisch dossier. Daarin staan de samenstelling, de inputmaterialen, het productieproces, laboratoriumresultaten, veiligheidsinformatie en de bewijsvoering per eis uit de verordening. De fabrikant (economic operator) blijft verantwoordelijk voor het product, het dossier en de EU-conformiteitsverklaring.
Er zijn verschillende routes om tot CE-markering te komen, welke kan worden toegepast hangt af van de PFC en de CMC’s in het product:
|
Module |
Wie beoordeelt |
Kern |
|
A |
De fabrikant zelf |
De fabrikant verklaart zelf dat het product voldoet. Alleen voor bepaalde categorieën, zoals vers gewasdigestaat. Ook dan stelt de fabrikant een volledig technisch dossier op. |
|
D.1 |
Notified Body (onafhankelijke keuringsinstelling) |
De instantie beoordeelt het kwaliteitssysteem voor de productie en blijft dat controleren. De fabrikant stelt daarvoor een kwaliteitshandboek op, met logboeken voor de kwaliteit van de ingrediënten, klachten van afnemers en de kwaliteit van het uiteindelijke digestaat, waarin onvolkomenheden en de genomen acties worden vastgelegd. |
Voor vers gewasdigestaat (CMC 4) is Module A toegestaan. Voor andere digestaten (CMC 5) moet Module D.1 worden toegepast.
Let op bij Module A! Module A betekent dat er geen Notified Body meebeoordeelt. Het is echter geen vrijstelling van het dossier. Ook bij Module A stelt de fabrikant een volledig technisch dossier (TD) op en geeft hij een EU-conformiteitsverklaring af. Zonder dat dossier mag geen CE-markering worden gevoerd, ook niet op het begeleidende document (bijvoorbeeld het vrachtdocument) van een partij digestaat.
Hoe Gilbert FPR en Recyfert kunnen helpen
Gilbert FPR: het dossier in software
Gilbert RegTech is opgericht door mensen met een achtergrond als Notified Body en in de EU-meststoffenwetgeving en gebruikt de FPR-software zelf dagelijks. Het bedrijf bouwde de FPR Compliance Portal, software voor technische documentatie onder Verordening 2019/1009. Gebruikers beheren er hun producten en ingrediënten, onderbouwen de eisen per component en genereren de verklaringen die bij het dossier horen.
De winst zit in structuur. Het dossier staat op één plek, met een vaste opbouw per module. Een revisie na een nieuw labrapport of een gewijzigde inputstroom is mogelijk zonder het hele dossier opnieuw op te bouwen. Voor Module D.1 bevat het systeem een kwaliteitsmanagementsysteem met de benodigde logboeken. Bij een audit wordt het dossier aangeleverd zoals de Notified Body het verwacht, met de auditmodule in het systeem. Het dossier kan in alle EU-talen worden vertaald, zodat het kan worden aangeleverd in de taal die de lidstaat of toezichthouder vereist.
Gilbert FPR maakt ook het CE-etiket. Het etiket wordt aangemaakt in de talen van de landen waar het product wordt verkocht en is direct te gebruiken. Het kan worden aangepast met het logo van het bedrijf en is beschikbaar in verschillende formaten.
Enkele pagina's van Gilbert FPR
Recyfert: consultant waaraan de opbouw van het dossier kan worden uitbesteed
Niet elk bedrijf heeft de tijd of de regelgevende kennis om een FPR-dossier zelf te bouwen. RecyFert Consulting Services B.V. bouwt en finaliseert FPR-dossiers voor Module A, Module B + C (typekeuring door een Notified Body) en Module D.1 in de Gilbert-software, archiveert ze en levert ze bij gearchiveerde dossiers binnen 24 uur aan een auditor of toezichthouder. Recyfert belooft een dossier dat klaar is om beoordeeld te worden. De Notified Body (NoBo) beslist uiteindelijk over de conformiteit en wijst bij Module D.1 een CE-certificaat toe.
Vanuit de wetgeving blijft de fabrikant verantwoordelijk voor het product, de technische documentatie en de conformiteitsverklaring. Recyfert bereidt voor en archiveert.
Wilt u hiermee aan de slag?
Een producent begint het best met drie vragen over het digestaat. Uit welke inputs bestaat het? Past het binnen CMC 4 of CMC 5? Welke afzetmarkten zijn het doel? Met die antwoorden is meestal snel duidelijk of CE-markering haalbaar is en zo ja welke module past.
Recyfert biedt een 'scopinggesprek' van 30 minuten aan om de mogelijkheden te bepalen. Hiervoor kunt u contact opnemen met Robert van Spingelen via recyfert.com of door een mailtje te sturen naar robert.vanspingelen@recyfert.com. 
Robert van Spingelen, Recyfert