Rechter ziet aanwijzingen voor fraude met mest, maar spreekt verdachten vrij
De zaak speelde in 2017 en 2018. De rechter kan in een aantal gevallen vaststellen dat er fictieve los- en laadmeldingen waren en dat de daarbij behorende vervoersbewijzen dierlijke mest valselijk waren ingevuld, maar kan niet met zekerheid vaststellen dat het verdachte bedrijf daarbij betrokken is geweest, en ook niet dat de gedragingen passen in de normale bedrijfsvoering of taakuitoefening van dit bedrijf.
Hoewel er ook zeker vraagtekens gesteld kunnen worden bij sommige los- en laadmeldingen die elkaar in een zeer kort tijdsbestek opvolgen, betekent het enkele feit dat bij 16 vervoersbewijzen dierlijke mest sprake is geweest van transporten waarbij in minder dan 4 en halve minuut een los- en laadmelding is gegenereerd, nog niet dat er dan sprake moet zijn geweest van fictieve meldingen of vals opgemaakte vervoersbewijzen.
De omstandigheid dat uit de tachograafgegevens zou volgen dat de betreffende vrachtwagencombinaties op de desbetreffende locaties niet lang genoeg hebben stilgestaan om een vracht mest volledig te lossen en vervolgens te laden, maakt dit oordeel niet anders. Uit de tachograafgegevens kan alleen de duur van de stilstand van het voertuig worden afgeleid. Daaruit volgt niet welke handelingen er gedurende die stilstand hebben plaatsgevonden. Daarom is niet voldoende bewezen dat de op de vervoersbewijzen vermelde los- en laadhandelingen niet daadwerkelijk hebben plaatsgevonden.
Meer details zijn te vinden in de uitspraak van de rechtbank Overijssel.