Landelijke rapportage en inventarisatie export en verwerking dierlijke mest 2026

NCM maakt jaarlijks een rapportage over de stand van zaken in Nederland met betrekking tot de export en verwerking van dierlijke mest. Het NCM doet dit om vanuit een onafhankelijke positie informatie te verschaffen aan en op verzoek van beleidsmakers, marktpartijen en andere belanghebbenden in de mestmarkt. De landelijke inventarisatie export en verwerking van dierlijke mest geeft een cijfermatige presentatie van de mestbalans van Nederland, de omvang van de export en verwerking van de afgelopen 5 jaar, en de wijze waarop dat gebeurt. Dit artikel geeft een samenvatting het rapport van 2026. Het gehele rapport is te downloaden via de link aan de rechterzijde.

Gebruiksruimte fosfaat en stikstof uit dierlijke mest

De gebruiksruimte voor fosfaat in de Nederlandse landbouw bedroeg in 2025 133,4 mln. P2O5. kg. De gebruiksruimte voor fosfaat is van 2021 tot 2023 afgenomen met circa 5 mln. kg P2O5 en is daarna op een nagenoeg gelijk niveau gebleven van circa 133 mln. kg P2O5. De gebruiksruimte voor stikstof uit dierlijke mest bedroeg 316 mln. kg N in 2025. De gebruiksruimte voor stikstof uit dierlijke mest is van 2021 tot 2025 afgenomen met bijna 60 mln. kg N. De afbouw van de derogatie sinds 2023 heeft in belangrijke mate bijgedragen aan de afname van de gebruiksruimte.

Mestproductie in fosfaat en stikstof dierlijke mest

De jaarlijkse productie van fosfaat van de Nederlandse veestapel is in de periode 2021 tot en met 2025 afgenomen van 148,0 tot 141,5 mln. kg P2O5. De stikstofproductie van de veestapel daalde in deze periode met circa 7% tot 439,6 mln. kg in 2025.

Gerealiseerde export en verwerking dierlijke mest

In 2025 steeg de export en verwerking van mest naar 49,1 mln. kg fosfaat. Deze hoeveelheid fosfaat was in de periode 2021 tot en met 2024 redelijk stabiel en varieerde globaal tussen 40-42 mln. kg. De export en verwerking is als volgt verdeeld.


Van de 34,8 mln. kg fosfaat die in 2025 werd geëxporteerd via rVDMs was circa 34% afkomstig van pluimveemest, 43% van varkensmest en 7% van rundveemest. Het overige deel was afkomstig van andere mest van andere diersoorten of betrof een mengsel van meststoffen.

De totale export en verwerking van stikstof is sterk gestegen tot 69,0 mln. kg N in 2025. Dat is een toename van circa 20% ten opzichte van 2024. Dit wordt vooral verklaard door een hogere export van dierlijke mest via rVDMs en in mindere mate door een hogere aanvoer naar mestverbranding en productie van mestkorrels.

De mestexport naar Duitsland is in 2025 met 3,4 mln. kg fosfaat toegenomen, ten opzichte van 2024. Procentueel nam de mestexport naar Duitsland toe met 40% fosfaat en 50% stikstof. Naar Frankrijk nam de export toe met 2,3 mln. kg fosfaat, wat overeenkomst met 16% meer fosfaat en 19% meer stikstof.

In 2025 bedroeg de productie van het RENURE-product mineralenconcentraat 485.000 ton mineralenconcentraat. Dit is de hoogste productie van de periode 2021 tot en met 2025.

Mestverwerkingsovereenkomsten

De bij RVO geregistreerde mestverwerkingsovereenkomsten (MVO) laten zien dat in 2025 voor in totaal 36,6 mln. kg fosfaat overeenkomsten zijn geregistreerd voor verwerking en export van mest. Dit is de mestexport of -verwerking waarbij een overeenkomst is getekend die bedoeld is voor de mestverwerkingsplicht van veehouders.

Er is een verschil tussen daadwerkelijk gerealiseerde export en verwerking van mest (49,1 mln. kg fosfaat) en wat er is geregistreerd als mestverwerkingsovereenkomst (36,6 mln. kg fosfaat) waarmee veehouders invulling geven aan de mestverwerkingsplicht in het mestbeleid. Dit verschil is in 2025 toegenomen van 5 naar 12 mln. kg fosfaat. Er wordt dus meer mest geëxporteerd dan er aan MVO’s wordt vastgelegd. Dit verschil was jarenlang stabiel. Dit is te verklaren uit het toegenomen mestoverschot in stikstof dierlijke mest als gevolg van het afbouwen van de derogatie.

Nutriëntenbalans Nederlandse landbouw

Tabel S3 geeft inzicht in de mestbalans in Nederland op basis van fosfaat. Met mestbalans wordt hier bedoeld de verhouding tussen enerzijds het aanbod van fosfaat naar de fosfaatgebruiksruimte in de landbouw via dierlijke mest en andere meststoffen. En anderzijds het gebruik in Nederland in de landbouw, bij hobbybedrijven/particulieren en natuurterreinen en de verwerking en export van dierlijke mest.

In 2025 bedroeg de totale aanvoer van fosfaat 157,1 mln. kg. Omdat het gebruik dierlijke mest voor 2025 bij het opstellen van dit rapport nog niet was gepubliceerd door CBS (statline), is voor het gebruik dierlijke mest een berekende waarde gehanteerd. Het berekende gebruik van fosfaat uit dierlijke mest in de landbouw in 2025 bedroeg 95,7 mln. kg fosfaat. Dit komt overeen met een 72% benutting van de gebruiksruimte voor fosfaat. Het gebruik van overige meststoffen bedroeg 9,2 mln. kg fosfaat, hetgeen overeenkomt met 7% van de fosfaatgebruiksruimte. De gebruiksruimte voor fosfaat werd daarmee in totaal voor 79% benut. Door de afname van het gebruik van fosfaat is de hoeveelheid fosfaat die buiten de Nederlandse landbouw moet worden afgezet of moet worden verwerkt, gestegen naar 52,5 mln. kg fosfaat in 2025, ten opzichte van 44,8 mln. kg fosfaat in 2024.

Voor stikstof dierlijke mest was de te verwerken of buiten de Nederlandse landbouw af te zetten hoeveelheid 93,2 mln. kg N in 2025. Dat is een toename van 13,7 mln. kg N ten opzichte van 2024.

Mestbewerkingscapaciteit

Nederland telde in 2025 220 operationele mestbewerkingsinstallaties. Meer dan de helft van deze locaties (131) heeft een biogasinstallatie.

In 2025 is bij mestbewerkers in totaal 7,4 mln. ton mest aangevoerd met daarin 45 mln. kg fosfaat en 69 mln. kg stikstof. De mestaanvoer is in de afgelopen 5 jaar met 16% gestegen van 6,4 mln. ton mest in 2021 tot 7,4 mln. ton mest in 2025.

De aanvoer van fosfaat naar mestbewerkers bestaat voor het grootste deel uit vaste pluimveemest (47%), gevolgd door varkensdrijfmest (29%). In hoeveelheid (ton mest) is varkensdrijfmest de grootste hoeveelheid (45%).

De mestafvoer van mestbewerkingslocaties bedroeg in 2025 5,2 mln. ton mest, 48 mln. kg fosfaat en 53 mln. kg stikstof. Dit betreft de mestafvoer met rVDM. Dit is exclusief de afvoer van in de vorm van mestkorrels en as (na verbranding) omdat dit is vrijgesteld van rVDM. De afvoer in de vorm van mestkorrels en as bedroeg samen 13 mln. kg fosfaat en 21 mln. kg stikstof. De mestafvoer van mestbewerkingslocaties (m.u.v. korrels en as) is in de afgelopen 5 jaar met 24% gestegen van 4,2 mln. ton mest in 2021 tot 5,2 mln. ton mest in 2025.

Uit de NCM-enquête blijkt een vergunde mestbewerkingscapaciteit van 10,0 mln. ton mest. De opgegeven gerealiseerde hoeveelheid bedroeg 7,4 mln. ton mest. Volgens deze berekening werd gemiddeld 74% van de vergunde capaciteit van deze bedrijven ook daadwerkelijk benut.

Uitbreiding mestbewerkingscapaciteit

Van het aantal respondenten in de NCM-enquête van dit jaar (2026) heeft 22% aangegeven uitbreidingsplannen te hebben. Vorig jaar (2025) was dit nog 32% en in 2024 nog 43%.

Van de operationele bedrijven geven er 15 aan van plan te zijn een subsidie voor Hoogwaardige Mestverwerking (HMV) aan te vragen om hun installatie uit te breiden. In totaal doen zij dat voor circa 0,5-1 mln. ton mest input.

Van de respondenten hebben 11 bedrijven aangeven een mestbewerkingsinstallatie in ontwikkeling te hebben. De gezamenlijke capaciteit van de 11 installaties in ontwikkeling is 1,4 mln. ton mest.

Mestvergisting

Nederland telt 131 vergistingsinstallaties voor dierlijke mest. Er zijn 95 SDE(+(+) beschikkingen voor energieproductie door monomestvergisting, dat zijn er 21 meer dan vorig jaar. Voor co-vergisting zijn er 99 beschikkingen in productie, 18 minder dan in 2025. Er is jaarlijks 4,1 mln. ton mest en 1,3 mln. ton co-substraat nodig om de beschikte hoeveelheid energie uit mestvergisting te produceren. Inschatting van RVO is dat 60% van de gerealiseerde SDE(+)(+) beschikkingen ook daadwerkelijk wordt geproduceerd. De mestaanvoer naar vergisters bedroeg in 2025 2,2 mln. ton mest. Deze mest gaat voor 91% naar vergisters van intermediaire ondernemingen en voor 9% naar vergisters van landbouwbedrijven. De vergisting van mest en co-substraat in mestvergisters (mono- en co-) leidt tot een berekende productie van 446 mln. m3 biogas op jaarbasis. Dit biogas wordt vervolgens opgewerkt tot 157 mln. m3 groengas, 480 GWh elektriciteit en 600 GWh aan warmte.

Discussie

De benuttingsgraad voor de gebruiksruimte voor stikstof uit dierlijk mest is voor het laatst berekend door het CBS voor 2023 en was 95%. Aangenomen is dat in 2024 en 2025 de benuttingsgraad op 95% is gebleven. De in dit rapport berekende benuttingsgraad van de gebruiksruimte voor fosfaat laat daarentegen een daling zien in 2025 ten opzichte van de jaren 2023 en 2024. Deze verandering ondersteunt de constatering dat stikstof bepalend is voor toegenomen export en verwerking. De verwerking van stikstof uit dierlijke mest tot RENURE zal hierbij vanaf juni 2026 een mogelijkheid kunnen bieden om de hoge druk op de mestmarkt te verlichten.

Mestbewerkers geven aan dat er meer mest van Noord naar Zuid-Nederland gaat om daar gebruikt of verwerkt te worden. Landbouwbedrijven in Zuid-Nederland ontvangen meer rundveedrijfmest en dit zorgt ervoor dat er in Zuid-Nederland meer varkensmest naar de mestbewerkers wordt getransporteerd. Van hieruit wordt de stijgende export gevoed.

De behoefte aan export en verwerking van dierlijke mest is gestegen. Desondanks laat de NCM-enquête zien dat het animo onder mestbewerkers voor uitbreiding afneemt. Dit beeld sluit aan bij de reacties van provincies en bij de constateringen van mestverkenner Knops. De techniek, ambitie en beleidsvoornemens zijn er, maar de uitvoering loopt vast in locatiebeleid en vergunningen. De motivatie en het perspectief van mestbewerkers lijken hierdoor ook af te nemen.

 

Conclusies

De export en verwerking van dierlijke mest is in 2025 met 7,4 mln. kg fosfaat gestegen naar 49,1 mln. kg fosfaat. Dat is een toename van 18% ten opzicht van 2024. Voor stikstof is de export en verwerking gestegen met 11,1 naar 69,0 mln. kg stikstof, oftewel 19% meer dan in 2024.

De productie van mineralenconcentraat bedroeg in 2025 485.000 ton mest wat de hoogste productie was in de periode 2021 – 2025.

De hoeveelheid fosfaat die buiten de Nederlandse landbouw werd afgezet is in 2025 met 17% toegenomen tot 52,2 mln. kg fosfaat. Door de toenemende druk op de afzetmarkt voor stikstof uit dierlijke mest is er minder dierlijke mest geplaatst en is de benuttingsgraad voor fosfaat gedaald van 81% in 2024 naar 72% in 2025.

Voor stikstof steeg de te exporteren/verwerken hoeveelheid met 17%, tot 93,2 mln. kg stikstof.

Nederland telde in 2025 220 operationele mestbewerkingslocaties. De afgelopen 5 jaar is de mestaanvoer naar deze mestbewerkers met 16% toegenomen tot 7,4 mln. ton mest in 2025.

Van 140 van de 220 operationele mestbewerkers zijn zowel de vergunde als de gerealiseerde capaciteit bekend. In totaal bedroegen die in 2025 respectievelijk 10,0 en 7,4 mln. ton mest. Hieruit valt af te leiden dat de vergunde capaciteit voor 74% werd gebruikt.

Van de operationele mestbewerkers hebben er 15 aangegeven een subsidie voor hoogwaardige mestverwerking (HMV) aan te willen vragen. In totaal gaat dit om 0,5 -1,0 mln. mestaanvoer en een productie van 1,2 – 2,5 mln. kg stikstof aan RENURE-meststoffen.

Er zijn 11 nieuwe initiatieven voor mestbewerking bekend met een totale potentiële verwerkingscapaciteit van 1,4 mln. ton mest. Hiervan is 0,6 mln. ton mest (3 installaties) bestemd voor de productie van mineralenconcentraat met behulp van omgekeerde osmose. Het RENURE-potentieel van de 3 installaties die nog in ontwikkeling zijn komt op 1,5 mln. kg stikstof.

De NCM-enquête laat zien dat het aantal operationele mestbewerkers dat aangeeft uit te willen breiden afneemt. In de enquête van dit jaar (2026) gaf 22% van de respondenten nog aan uit te willen breiden. Vorig jaar (2025) was dit nog 32% en in 2024 nog 43%.

Dit beeld sluit aan bij de reacties van provincies en bij de constateringen van mestverkenner Knops dat mestbewerkers vastlopen met vergunningen.

Landelijke rapportage en inventarisatie export en verwerking dierlijke mest 2026
Auteur: Rembert van Noort
Bron: NCM
Publicatie: 05-11-2026

Bijlages downloaden

NCM-inventarisatie-2026-DEF.pdf