Boete voor vervoerder van mest die niet was afgedekt blijft in stand

De rechtbank Rotterdam heeft dinsdag 17 juni een boete van 2500 euro die was opgelegd aan een vervoerder van mest omdat de mest die werd vervoerd niet was afgedekt en een container lekte in stand gelaten. De overtreding is terecht vastgesteld en de boete is terecht opgelegd. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de vervoerder eerder was gewaarschuwd voor een soortgelijke overtreding.

In maart 2023 was bij een controle door de NVWA gebleken dat met een vervoermiddel van het bedrijf ingedikte kalvergier werd vervoerd waarbij de lading niet was afgedekt. Hiervoor werd een waarschuwing gegeven waarvoor het bedrijf een waarschuwingsbrief ontving.


In april 2024 zagen medewerkers van de NVWA een truck met aanhangwagen voorzien van containerbakken, van hetzelfde bedrijf geparkeerd staan. In deze twee containerbakken zat vaste, strorijke mest die niet was afgedekt. Op de aanhangwagen stond een containerbak waar mestvocht uit lekte. Omdat het bedrijf eerder was gewaarschuwd vanwege het niet afdekken van mest, werd nu een boete opgelegd.


Een boete van 2.500 euro is het standaardboetebedrag dat voor de vastgestelde overtreding geldt op grond van de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren. De rechtbank stelt vast dat de mestvervoerder geen feiten of omstandigheden naar voren heeft gebracht op grond waarvan de minister de boete had moeten matigen en vindt de opgelegde boete passend en geboden. 


Meer details zijn te vinden in de uitspraak van de rechtbank Rotterdam

Bron: Rechtbank Rotterdam, 19/06/2026
Publicatie: 25-06-2026